Wanneer zingen
ze, en waarom.
Elke detectie heeft een tijdstempel, een soort en een waarschijnlijkheid. Maar ook een weersmoment, een seizoensindicator en een uur-van-de-dag. Door die naast elkaar te leggen, zie je wanneer vogels actief zijn en wanneer ze zwijgen. Hier de patronen tot nu toe.
Heldere ochtend levert meer dan dubbel zoveel detecties.
Activiteit gemeten over Bladerdak en Struikgewas samen, per uur gegroepeerd naar weersconditie van het Davis-station en vergeleken met het overall-gemiddelde van de laatste zestig dagen.
Verticale streep markeert het overall-gemiddelde (100%). Schaal loopt tot 207%.
Piek rond 14°C.
Hete dagen blijken stille dagen.
Detecties per uur, gekoppeld aan de gemiddelde temperatuur van dat uur, opgeteld per 2-graads bucket over de afgelopen dertig dagen.
Komen ze op heldere ochtenden eerder op gang?
Detectie-tempo per minuut, uitgezet vanaf één uur vóór tot drie uur na zonsopkomst. Eén lijn per weertype, gemiddeld over alle ochtenden met dat weer. De zonsopkomst-piek verschuift met het seizoen, dus uitlijnen op zonsopkomst is eerlijker dan uitlijnen op kloktijd.
- Heldere ochtend
- Bewolkt, droog
- Lichte regen
- Stevige regen
- Wind > 5 m/s
De drukste vakjes.
Een kruisje van dagdelen en weertypen. Per dagdeel geschaald naar de drukste cel in die rij. Donkerder is actiever. Zo zie je welk weer een dagdeel het meest tot leven brengt, en welk weer het de mond snoert.
| Heldere ochtend | Bewolkt, droog | Lichte regen | Stevige regen | Wind > 5 m/s | Mist | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vroege ochtend | ||||||
| Ochtend | ||||||
| Middag | ||||||
| Avond | ||||||
| Nacht |
De temperatuur waar het leeft schuift mee.
Elke cel telt hoeveel detecties er waren bij die maand én die temperatuur-bin. De kleur is geschaald op de drukste cel van het hele raster. Grijs betekent dat die temperatuur in die maand simpelweg niet voorkwam.
| -5° | 0° | 5° | 10° | 15° | 20° | 25° | 30° | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| jan | ||||||||
| feb | ||||||||
| mrt | ||||||||
| apr | ||||||||
| mei | ||||||||
| jun | ||||||||
| jul | ||||||||
| aug | ||||||||
| sep | ||||||||
| okt | ||||||||
| nov | ||||||||
| dec |
Activiteit draait mee met de windroos.
Acht windsectoren rond het kompas. De balk wijst in de richting waar de wind vandaan kwam; de lengte is de activiteit ten opzichte van het gemiddelde (100 = gewoon, 150 = drukker dan normaal, 50 = stiller). De grijze ring achterop toont hoe vaak die windrichting eigenlijk voorkwam.
- drukker dan gemiddeld
- stiller dan gemiddeld
- hoe vaak de wind hier vandaan kwam
Vogels lezen de barometer.
Per uur kijken we naar de luchtdruk-verandering over de laatste zes uur. Sterk dalend = front in aantocht, sterk stijgend = front net voorbij. De staaf laat zien hoeveel drukker of stiller de microfoons werden in elk van die condities.
- Sterk dalend < -2 hPa/6u95%12.9% van de tijd
- Dalend -2 tot -0.5 hPa/6u89%25.8% van de tijd
- Stabiel -0.5 tot +0.5 hPa/6u139%26.9% van de tijd
- Stijgend +0.5 tot +2 hPa/6u80%24.6% van de tijd
- Sterk stijgend > +2 hPa/6u78%9.7% van de tijd
- Op heldere ochtenden zit de activiteit op 207% van het gemiddelde, bij stevige regen op 51%.
- Activiteit piekt rond 14°C (8.798 detecties in 30 dagen). Boven 36°C valt de telling terug onder de helft van de piek.
Elke detectie krijgt op het moment van opslaan de meest recente Davis-meting mee: temperatuur, vochtigheid, wind, druk en neerslag. Vervolgens loopt er ’s nachts een script dat de detecties bundelt per uur, per dag en per seizoen, en de gemiddelden uitrekent. Niets ingewikkelders dan een paar SQL-queries en wat Python-aggregatie. Wel tijdrovend om eerlijke gemiddelden te krijgen, want sommige uren bestaan vaker uit één meting dan uit duizenden.
De ruwe data is open onder CC BY-NC 4.0. Een Open-Data-pagina met downloadbare CSV/JSON volgt later.