Gierzwaluwen gingen maar door
Een dag met veel gierzwaluwlawaai, een Kleine Zilverreiger als verrassing, en 19 vleermuissoorten na zonsondergang.
De Merel begon om 18:03 gisteren en was vanmiddag om 17:55 de laatste. Daartussenin deden de Gierzwaluwen hun gebruikelijke ding: schreeuwen, rondcirkelen, schreeuwen. Ze zaten hoog in de dagtellingen, alleen de Merel en Houtduif deden het beter. Op een dag met 3,8 mm regen en wind tot 35 kilometer per uur valt dat op. Gierzwaluwen trekken zich weinig aan van dit soort weer. Ze vliegen toch.
De verrassing was een Kleine Zilverreiger. In de afgelopen drie maanden stond die niet in de lijsten, en nu ineens wel. Reigers worden hier niet vaak opgepikt, ze zijn stil als ze overvliegen. Dat de microfoons iets opvingen is al bijzonder.
Na zonsondergang nam het vleermuisstation het over. Negentien soorten in één nacht is veel, ook voor hier. De Gewone dwergvleermuis dook het vaakst op, maar de lijst liep breed: Rosse vleermuis, Laatvlieger, Franjestaart. De maan was zichtbaar tussen de bewolking door, gemiddeld 27 procent, en de temperatuur zakte niet onder de twaalf. Dat zijn goede vleermuisomstandigheden. Ze maakten er gebruik van.